HET CANNABIS TRIBUNAAL


Het cannabistribunaal bestaat uit een aantal hoorzittingen en een debat met politici. De hoorzittingen worden ingeleid door deskundige getuigen die elk een andere visie op het gewenste cannabisbeleid vertegenwoordigen.

Inzet van het tribunaal is de stelling dat het verbod op cannabis schade toebrengt aan de samenleving en zo snel mogelijk moet worden opgeheven. Aan het eind van elke zitting formuleert een deskundige rechtbank een oordeel over de kwaliteit van de gebruikte argumentatie (niet over de inhoud van de stelling).


Waarom een tribunaal over cannabis?


Sinds de jaren ´70 voert de Nederlandse overheid een gedoogbeleid ten aanzien van cannabis. Verkoop van kleine hoeveelheden aan volwassenen is toegestaan in coffeeshops, maar teelt van cannabis, bijvoorbeeld om deze shops te bevoorraden, is verboden.

Door het ontbreken van een duidelijke, werkbare en wettelijke regeling rond de teelt van cannabis ontstaat veel overlast die eenvoudig te voorkomen is. De bestrijding van de illegale hennepteelt legt een zware druk op de beschikbare middelen van politie en justitie, terwijl criminele organisaties veel geld verdienen aan het verbod op cannabis.

Het verbod op cannabis bemoeilijkt de preventie van eventuele risico´s voor de volksgezondheid. Daarnaast belemmert het de ontwikkeling van veelbelovende medicinale toepassingen. Ook onderzoek naar de talrijke industriële gebruiksmogelijkheden van het gewas ondervindt hinder van de illegale status van de hennepplant.

De laatste jaren klinkt steeds vaker de roep om een wettelijke regulering van de cannabismarkt. Niet alleen betrokken burgers, ook wetenschappelijke experts, vertegenwoordigers van politie en justitie en lokale overheden scharen zich achter deze oproep. Desondanks lijkt de regering Balkenende vastbesloten het verbod op cannabis verder aan te scherpen. Sommige grote steden hebben aangekondigd het aantal coffeeshops te willen verminderen, met het argument dat dit het gebruik onder jongeren zou tegengaan. Voor problemen zoals het massale "cannabistoerisme" in de grensstreken lijkt dan weer geen oplossing mogelijk zonder een wettelijke regeling van de "achterdeur".

Rond de 1 miljoen Nederlanders hebben ervaring met het gebruik van cannabis. Een beleid dat is gebaseerd op de wens dit gebruik uit de maatschappij te bannen heeft de band met de werkelijkheid verloren. Maar ook het gedoogbeleid heeft zijn tijd gehad. Er zijn voldoende redenen en mogelijkheden om over te gaan tot een wettelijke regeling van de teelt, distributie en gebruik van cannabis in Nederland. Deze regeling kan aanzienlijke schade aan de samenleving voorkomen. De vraag is waarom deze stap niet wordt genomen. Het is aan de beleidsmakers in Den Haag om op die vraag een duidelijk en gefundeerd antwoord te geven.