Cannabis Tribunaal roept op tot einde aan verbod op cannabis


De organisatoren van het Cannabis Tribunaal dat op maandag 1 en dinsdag 2 december 2008 heeft plaatsgevonden in Den Haag roepen op tot een eind aan het verbod op cannabis. Deze oproep volgt op de conclusies van het Tribunaal, waaruit is gebleken dat geen enkele politieke partij in staat is om aan te tonen dat het verbod op cannabis positieve effecten heeft.

Het Tribunaal bestond uit vier hoorzittingen, waarin verschillende aspecten van het cannabisdebat zijn besproken. Steeds kwamen twee getuigen aan het woord die elk een tegenovergestelde visie op een goed cannabisbeleid verdedigden. Vervolgens vond een debat plaats met het publiek waarin de twee getuigen hun argumenten hebben onderbouwd. Tenslotte beoordeelde een rechtbank, bestaande uit rechtsfilosoof Hendrik Kaptein en twee secondanten, de kwaliteit van de gebruikte argumentatie. Hiervoor hanteerde de rechtbank criteria als bewijsbaarheid, logica, maatschappelijke relevantie en interne samenhang.

Hoorzitting I. Medicijn of risico? Het recept voor een goed cannabisbeleid


De vordering van psychiater Peter Geerlings om cannabis uit het strafrecht te halen wordt door de rechtbank toegewezen, mede op grond van het niet-verschijnen van de tegenpartij (wij konden geen enkele medische expert vinden die tegen dit voorstel wilde pleiten).

Hoorziting II. Over de toekomst van de coffeeshops : moet de achterdeur open of de voordeur dicht?


De stelling van D´66-gemeenteraadslid Ton Schijvenaars om de achterdeur van de coffeeshop te legaliseren zijn ter zitting redelijk aannemelijk gemaakt en door zijn opponent, CDA-wethouder Geluk van Rotterdam niet voldoende weersproken. Wel blijft in het plan van aanpak onduidelijk wat de verhouding is tussen de wens te legaliseren maar tegelijk te vervolgen.

Hoorzitting III. Over de morele rechtvaardiging van het cannabisverbod


Terzake van de stellingen van toxicoloog Donald Uges uit Groningen, die voor strikte regulering van alle genotsmiddelen pleitte en socioloog Egbert Tellegen, die voor mildere vorm van regulering is, oordeelt de rechtbank dat bij gebrek aan duidelijke oppositie tussen beiden mediatie tussen partijen het beste middel is om resterende ondergeschikte verschillen van mening te beslechten.

Hoorzitting IV. Het verbod op cannabis heeft veel meer negatieve dan positieve effecten.


In deze afsluitende zitting stonden Tweede Kamerlid Cisca Jolderma (CDA) en Hans van Duijn, voormalig voorzitter van de Nederlandse Politiebond, tegenover elkaar.

Ter zake van de stellingen van Joldersma, die namens haar partij pleit voor terugdringing van het gedoogbeleid en sluiting van coffeeshops, stelt de rechtbank vast dat de aangevoerde argumentatie niet voldoet aan elementaire eisen. Haar pleidooi bestaat vooral uit algemene normatieve uitgangspunten.

Joldersma´s weigering om op feiten ter zake in te gaan (,,feit en fictie kunnen hier niet worden onderscheiden") maakt volgens de rechtbank haar argumentatie van nul en generlei waarde. Ten overvloede bevat haar betoog te veel hier niet nader te onderscheiden drogredeneringen.

Ter zake van de kwaliteit van de aangevoerde argumenten van Van Duijn, die voor legalisering van de cannabismarkt pleit, concludeert de rechtbank dat hierop niets is aan te merken. Van Duijn zei onder andere dat met het handhaven van het cannabisverbod het CDA verantwoordelijk is voor 50% van de criminaliteit in Nederland en dat jaarlijks anderhalf miljard aan belastinggeld aan een zinloze drugbestrijding wordt verspild. Beide argumenten werden door Joldersma niet weerlegd.

De vordering van Joldersma dat het cannabisverbod in stand moet blijven wijst de rechtbank daarom af. Ambtshalve mag worden opgemerkt dat de mogelijkheid openblijft dat de stellingen van eiser alsnog worden bewezen, op grond van in dit verband niet aangevoerde argumenten.

Tot zover de conclusies van de rechtbank.

Hier kan het volgende aan worden toegevoegd. De organisatoren hebben geen enkele inzending ontvangen op hun uitdaging aan de politieke partijen om de stelling van het tribunaal « het verbod op cannabis heeft meer negatieve dan positieve effecten », te weerleggen. De uitgeloofde prijs van 200.000 euro wordt daarom vooralsnog niet uitgekeerd.

Wij stellen vast: wie zwijgt, stemt toe. Blijkbaar is er geen politieke partij die de Nederlandse bevolking kan uitleggen waarom het cannabisverbod in stand moet blijven. Dit cannabisverbod heeft een groot aantal negatieve effecten.

De organisatie van het Cannabis Tribunaal roept daarom de Tweede Kamer op om het verbod op cannabis via een spoeddebat ter discussie te stellen en de Nederlandse regering te vragen dit verbod terstond op te heffen.